Sinds haar achtste beheerst volleybal een groot deel van haar leven. Aukje van Loon, spelverdeelster in het eerste damesteam van Volley Tilburg. Een energieke teamplayer die thuis graag jongleert met fruit. Naast veel spelplezier heeft het volleyballen Aukje nog iets gebracht: zelfvertrouwen, discipline en gedrevenheid: ‘Als je iets wilt bereiken zal je er hard voor moeten werken.’

Via het concept ‘try-out’-sport bezocht Aukje lang geleden enkele trainingen bij volleybalclub Sarto. Haar talent bleef niet onopgemerkt en al snel werd zij gevraagd om lid van de vereniging te worden. Via de jongens C1 en meisjes B1 werd ze op haar veertiende ‘senior’. ‘Dat was redelijk heftig voor ons als jonge meiden, maar ook superleuk,’ herinnert ze zich. Na twee tussenjaren bij Sliedrecht Sport, waar ze in de topdivisie speelde, belandde ze uiteindelijk bij Volley Tilburg, de fusieclub van VC Triade en … Sarto.

Wilde je altijd spelverdeler worden?
‘Niet per sé maar het past wel goed bij me. Die ondersteunende rol kenmerkt mij ook als mens, ik hoef niet zo nodig in de belangstelling te staan. Bij Sarto speelden we heel lang het 2-4 systeem. ‘Tijke (van Hoof, haar trainer, red.) – daar heb ik zóveel van geleerd – vond het belangrijk dat ik zo lang mogelijk alle rollen vervulde. Pas bij Sliedrecht leerde ik 1-5 te spelen, met één spelverdeler dus. Toen realiseerde ik me ook dat ik daar het verst mee zou kunnen komen.’

Waar geniet jij van in het volleyballen?
‘Het leukste is om een tegenstander te foppen, haha. Als het mij lukt om mijn aanvallers in de gelegenheid te stellen om te scoren. Ze in een een-op-een-positie met een tegenstander zien te krijgen. Als dat lukt is het ook míjn punt, snap je. En dat is tevens de bevestiging dat ik goed over het spelletje heb nagedacht. Als het werkt wat je in je koppie hebt, dan is dat heel tof.

Mijn huidige trainer, Johan van Vliet, heeft me daarin veel bijgebracht. Hij triggert mij: ‘houd die middenaanvaller goed in de gaten, let op de opstelling.’ Over dat soort dingen ging ik bij Volley Tilburg goed nadenken. Bij Sliedrecht heb ik vooral veel techniek geleerd en ben ik mentaal sterker geworden. Dat je bijvoorbeeld het spel moet kunnen omkeren, ook nadat je al 10 ballen op rij tegen hebt gehad. Van nature ben ik nogal een denkertje namelijk, dat sloeg mij weleens dood.’

Heb je nog een persoonlijk doel?
‘Ik wil het maximale uit mezelf halen. Waar de lat ligt weet ik nu niet. Ik zou het supergaaf vinden om ooit met dit team in de eredivisie te staan. Ook als dat niet lukt wil ik kunnen zeggen dat we er als team het maximale uit hebben gehaald. In die zin vind ik mezelf wel een topsporter. We spelen niet op het hoogste niveau maar ik voel me rot als ik niet alles uit een training heb gehaald. Ik wil altijd nog dat extra setje spelen of een extra rondje rennen. Die gedrevenheid helpt me. Toen ik vorig jaar geblesseerd raakte zat ik er even flink doorheen. De eerste keer aan de kant, ik vrat mezelf helemaal op. Heb ik alles op alles gezet om de volgende wedstrijd te kunnen spelen. Dat is gelukt dankzij een heel strak revalidatieschema.’

Wat heeft volleybal jou tot nu toe gebracht?
‘Heel veel zelfvertrouwen, maar dat geldt voor elke teamsport. Je gaat met veel mensen om, moet dingen samen oplossen. Discipline en gedrevenheid zijn belangrijk en je leert ook dat je hard moet werken als je een doel wilt bereiken. Vroeger was ik heel verlegen. Had dyscalculie, kon niet hoofdrekenen. ‘Doe maar kader,’ zeiden ze, daar werd ik zó onzeker van. Door het volleybal moest ik heel veel plannen en dat bracht discipline bij. Toen heb ik de havo gedaan en het HBO in één keer afgerond. Wat ik binnen de lijnen heb geleerd, komt mij nu dagelijks van pas. Zonder volleybal zou ik waarschijnlijk nog steeds dat verlegen meisje zijn.’

Door: Theo van Etten