Na twee jaar beklom Ireen Wüst opnieuw de hoogste trede van het ereschavot bij het wereldkampioenschap allround schaatsen. Na twee keer op rij tweede te zijn geworden, pakte de Goirlese in het Noorse Hamar haar zesde wereldtitel.

Het is een goed jaar voor Wüst. Onlangs won ze nog goud op de 3 kilometer bij de wereldkampioenschappen per afstand. In het Zuid-Koreaanse Gangneung, waar volgend jaar de olympische medailles verdeeld zullen worden, won ze en passant goud op de teampursuit (samen met Marrit Leenstra en Antoinette de Jong) en zilver op de 1500 meter.

Japanse tegenstand
Niet wereldkampioene Martina Sáblíková, maar Miho Takagi werd haar grote kwelgeest. Na een sterke 500 meter ging de Japanse pupil van de Nederlandse coach Johan de Wit aan de leiding. Ook na de 3000 meter keek Ireen Wüst nog steeds tegen een achterstand aan. Toch wanhoopte ze niet: “Ik sta er goed voor, maar moet nog wel flink aan de bak. Bovendien was mijn race niet vlekkeloos en had ik last van een te ruime armband”, zei ze na afloop van dag één.

In een rechtstreeks duel op de 1500 meter liep de Brabantse iets in op Takagi: het verschil voorafgaand aan de 5000 meter bedroeg nog maar 0,95 seconden. “En dat moet te doen zijn, mits ik een solide race rijd”, aldus een strijdvaardige Wüst.” Niets bleek minder waar. Op de slotafstand gooide Ireen keurig een lijntje uit naar de oppermachtige Sábliková, waardoor zij het verschil beperkt kon houden. Met een tweede tijd op deze afstand bleek zij na afloop opnieuw ’s werelds beste.

Door: Theo van Etten