Dat stelt Thijs Kemmeren, historicus met een specialisatie op de Tilburgse sportgeschiedenis. Naast deze ‘buitenstaander’ kende Willem II in het verleden meerdere opvallende figuren van buitenaf, zoals Frantisek Fadrhonc en voorzitter Bert Schuerman.

Afrikaan
Constant Cremer kwam in 1904 als ‘mulat’ (een kind van gemengde ouders) vanuit Anga Anga in Kongo naar Tilburg. Zijn vader werkte in Afrika op een van de zogenoemde ‘factorijen’ en werd op enig moment overgeplaatst. Constant, die door de pers zonder enige schroom werd aangeduid met ‘Den Nigger’ of ‘Den Kongolees’, speelde één jaar voor Willem II, waarna hij verhuisde naar Amsterdam. Daarna deed hij onze stad nog één keer aan, tijdens een reünie bij het 12½ -jarig bestaan van de club.

Trainer
‘Vaderons’, zo luidde de koosnaam van Frantisek Fadrhonc. Waarschijnlijk ontstaan door de onmogelijkheid om zijn naam correct uit te spreken, maar tegelijkertijd verwijzend naar zijn rol: hij was als een vader voor de spelers. De geboren Tsjech vluchtte na de oorlog met zijn ouders naar het westen, waar hij als trainer aan de slag ging bij Willem II. De landskampioenschappen van 1952 en 1955 waren belangrijke wapenfeiten, evenals zijn bemoeienissen bij het succesvolle Nederlandse elftal van 1974, waarvan hij bondscoach was in de aanloop naar het WK.

Voorzitter
Niet voor niets draagt de bestuurskamer van Willem II de naam van huisarts Bert Schuerman, de man die Willem II over vele pieken en door tal van dalen leidde. Kampioenschappen wisselden af met degradaties maar deze Zeeuw  omarmde de lijfspreuk van zijn geboorteprovincie ‘Luctor et Emergo’: ik worstel en kom boven. ‘D’n dokter’, zoals hij werd genoemd, hield ook de beoogde fusie met Noad tegen. Hoe anders zou het er hebben uitgezien als deze samensmelting wel was doorgegaan?

Door: Theo van Etten (bron: Thijs Kemmeren, 20-4-2017)

Foto: het elftal van Willem II in 1904 met staand in het midden Constant Cremer (Collectie Regionaal Archief Tilburg).